Geland in ’t Gooi van Afrika

×Het verhaal

Hermanus was al een soort van Saint Tropez, zij het dat er gelukkig geen protserige jachten lagen en de oceaan alleen maar hoge golven op de kust smeet. Maar het sfeertje was voor ons al errug [posh]. De gemiddelde leeftijd ging al snel naar de 75 jaar en het verhaal gaat dat mensen die hier naartoe verhuizen dat vooral deden om op stand dood te gaan. Maar toch, het is een geweldige plaats met magnifieke uitzichten. Gelukkig ook was een kunstweek en hebben we volop kunnen genieten van cultuur, een schaars goed tijdens onze reis.

Dan komen we in Franschhoek, ingeklemd tussen prachtige bergen een dorpje op maar 75 km afstand van Kaapstad. De oorspronkelijke naam Olifantshoek is al lang vergeten toen de Hugenoten via het VOC hier hun opwachting maakten. Veel is er nog in de Franse taal te zien en horen. Veel achternamen laten een Franse afkomst proeven, zo ook de talloze wijnhuizen die zich hier manifesteren en door de expertise van de Fransen tot de top van de wereld behoren.

Het is een rustige en gelukkig zonovergoten zondag. Mensen wandelen lui door de hoofdstraat die omzoomd wordt door luxe winkels, een overdaad aan makelaars en een ongekend aantal restaurants. Van eenvoudig tot dikke ster. De toeristen maken hier de dienst uit, gelukkig is het nu in juni winter hier, maar het aantal mooie BMW GSsen laat zowel zien dat de bergweggetjes dik de moeite waard zijn en dat er klaarblijkelijk geld voldoende is. Je hoort hier meer Nederlands (daarmee bedoel ik zuiver NL, geen Afrikaans) dan in de binnenwijken van Amsterdam. Het blijkt een hechte Hollandse enclave te zijn.

Wat zit me dan zo dwars, waarom heb ik moeite ’t Gooi van Afrika te accepteren? Diep in mij zit een stilzwijgend verwijt: dit is land dat gestolen is van de zwarten. Door ons eigen VOC en door andere dappere Hollanders. Dat is niet opgehouden 100 jaar geleden en het lijkt nog steeds door te gaan. Als je genoeg geld laat zien koop je voor € 1.000.000 een wijngaard met 12 ha of voor € 200.000 een leuke cottage, met rieten dak, 3 badkamers en 600 m2 grond.
Het is omgetoverd tot een beeldschoon dorp waar een zwarte van harte welkom lijkt, als hij tenminste in de huishouding van de blanke werkt. De huizen zijn te kostbaar voor de oorspronkelijke bewoners en alles is omgetoverd tot een soort droomdorp. Het mankeert aan niks en dat lijkt nou precies mijn bezwaar.

‘Hebben dan de blanken geen recht op een mooie woonplek, die is aangepast aan hun wensen?’ Ja natuurlijk, maar waarom is de zwarte woonwereld niet harmonischer met de blanke woonwereld geïncorporeerd? Waarom zien we gister de townships en vandaag deze luxe? Het is de veelvoud van indrukken die me in de war brengen. Ook de contacten met de mensen verwarren me. We ontmoeten de meest aardige (blanke) mensen die al generaties lang in Afrika wonen. Hun houding is, zonder uitzondering, zeer duidelijk. Zwarten zijn lui, gevaarlijk en onbetrouwbaar. Voor ons, zonder die ervaring, is dat zo onmenselijk, maar zelfs áls ze gelijk hebben kunnen we dat toch niet accepteren. Het komt me als onmenselijk voor, zelfs uit de monden van mensen die ik waardeer en blank zijn. Ik moet nog zoveel leren, zoveel ontdekken. De tijd is te kort.

NB/ als protest heb ik geen foto’s gemaakt van dit mooie dorp met hun mooie huizen. Wil je ze toch zien, ga gerust naar ’t Gooi, naar Laren bijvoorbeeld.

+Delen
+Informatie

Geplaatst: maandag 17 juni 2013

Auteur: Geert

Categorie: Columns, Locatie