Tranen laten de maïs niet groeien

×Het verhaal

Trui heeft gelijk: naar mate we langer op één plek blijven, verbinden we ons meer met de mensen en met hun problemen. We ontmoeten een Hollandse vrouw die een school ondersteunt met 2000 kinderen. Een oprecht mens met het hart op de goede plek. Ze heeft een jaar van haar leven geïnvesteerd in deze school, in dit dorp en vertelt ons het wel en wee. Op termijn denken we die school te kunnen helpen met een heuse gratis zonne-installatie en waterpomp vanuit Zondag-Solar uit Elst, van wie we een aantal complete installaties cadeau mogen geven.

Het dorp ligt op een afstand van 5-250 meter van het meer, maar voor de landbouw ontbreekt het volledig aan water. Er zijn weliswaar twee waterpompen in het dorp, maar om hieruit duizend liter per dag, met de hand te pompen is onmogelijk. Een gemiddeld maïsveldje hier is wellicht 50 x 50 meter en is geheel afhankelijk van de regen tijdens het seizoen.

Men plant de maïs op een voor, met de hand. Giet dan, met een 10 liter gieter, een beetje water aan, drukt de grond boven het zaad aan en hoopt op het beste. Het zaad is van een hele slechte kwaliteit en voor kunstmest is nauwelijks geld. Men is drie maanden bezig het onkruid te verwijderen, danst voor een goede opbrengst en hoopt op de regen die het seizoen zou moeten brengen. Maar de regen blijft uit, de maïs is anderhalve meter hoog en de kolven zijn misschien 5 cm lang.
We praten met lokalen, waaronder Kingston, de manager van het schoolproject. Een ontwikkelde man die er écht voor gaat, perfect Engels spreekt en al jarenlang zich op het scholenproject heeft bewezen. ‘Deze oogst is feitelijk al voorbij, de opbrengst is maar 20%, wat inhoudt dat er een groot aantal mensen zullen sterven.’

Wat later loop ik alleen door dat maïsveld, verbaas me over de korte afstand naar het meer en de trieste conditie van de maïs. De tranen springen in mijn ogen, ik KAN dit in dit geval gewoon niet aan me voorbij laten gaan. Ik kan niet heel Afrika helpen, maar deze gemeenschap, een tiental mensen uit CapeMacclear, beslist wel.

In het dorp is een put geslagen door een rijke lodge, compleet met een mooie pomp en waterkraan, dus er hoeft niet handmatig te worden gepompt. De kraan ging lekken, een half jaartje terug, met als gevolg dat het kostbare water nutteloos wegloopt. De oplossing van de lokalen is een baksteen op de kraan leggen, dan lekt er ietsje minder water weg. Een echte oplossing, een nieuwe kraan, kost € 10, maar moet door de gemeenschap worden betaald. Nee, zegt die gemeenschap, de lodge heeft de kraan geleverd, zij moeten die dan ook maar repareren. Wat vervolgens dus niet gebeurd. Dit is niet exemplarisch, dit is Afrika.

Ik spreek uitvoerig met Kingston over mijn plan, vraag honderduit naar zekerheden (die er niet zijn natuurlijk), naar zijn vermogen mijn plan te realiseren (er is in ieder geval zijn overtuiging dat hem dat lukken gaat) en besluit dan tot aktie. Mijn (nieuwe) generator haal ik uit de truck, mijn (nieuwe) waterpomp gaat eruit samen met een jerrycan met 20 liter benzine. We slepen de spullen naar de rand van het meer, starten de generator en leggen de pomp in het water. Een seconde later spuit er een dikke straal water de lucht in, een capaciteit van niet minder dan 1500 liter per uur, 36.000 liter per dag. Tenminste als ze benzine hebben? Deze komt van 20 kilometer verder, kost € 1.30 per liter en zal door een groep mensen gekocht moeten worden, een heikel probleem bij andere projecten.

De generator is aangekocht om bij een lege accu en het ontbreken van stroom, zélf de acculader van stroom te voorzien, zodat de accu weer kan worden opgeladen. Tja, als ons dat gaat overkomen, kunnen we dat niet zelf oplossen. Dat is het risico dat we nemen. Maar bekijk het van de andere kant, als een groep mensen, nee als we één mens het leven kunnen redden met onze oplossing, weegt dat dan niet ruimschoots op tegen dat risico? Wij vinden van wel.

+Foto's
+Delen
+Informatie

Geplaatst: zaterdag 9 maart 2013

Auteur: Geert

Categorie: Columns, Locatie